Vondie Curtis-Hall's films kenmerken zichzelf als ghetto-gangster films met veel rap en geweld. Waist Deep stapt absoluut niet af van deze stijl.
Ex-gevangene O2 (Tyrese Gibson) rijdt met zijn slapende zoontje door de drukke straten van Los Angeles, als hij wordt tegengehouden door een hoertje, Coco (Meagan Good). O2 gaat niet op haar in en wil zijn reis vervolgen, maar wordt op agressieve wijze van zijn auto beroofd met daarin nog zijn zoontje. Met de hulp van Coco komt O2 erachter dat het om een kidnapping gaat die de genadeloze drugsbaron, Big Meat (The Game), heeft opgezet. O2 wil koste wat kost zijn zoontje terug en deinst daarbij voor niets of niemand terug.
Popcorn Film
Waist Deep wil geen grenzen van de film verleggen of met een bijzonder stukje film aankomen. Met deze intenties moet je ook niet aan de film beginnen. Nee Vondie Curtis-Hall wilde graag een vermakelijke actiefilm maken. Dat is zijn goed recht, maar of hij daarin slaagt, is nog maar de vraag. Het verhaal van de film geeft genoeg reden tot spanning. Als publiek wil je graag dat O2 zijn zoontje terugvindt en er zitten genoeg sensationele momenten in. Er zitten echter ook bijzonder veel missers in het script. Er worden enkele balletjes opgegooid waar niks mee gedaan wordt. Zo beginnen O2 en Coco aan een plan om de bendes van P-Money en Big Meat tegen elkaar op te zetten. Na enkele minuten hieraan te hebben besteed, wordt hier niet meer op teruggekomen en

gaan ze zonder er ook maar met een woord over te praten over op een nieuw plan. De film kiest niet voor een duidelijk plan van aanpak en het geheel zit dan ook vaag in elkaar.
Hall's Visie
De regisseur kiest er voor om de film tot een black-gangster film te maken. Hierin valt de film nog het beste te vergelijken met Oliver Stone’s
Any Given Sunday maar vooral met de gemiddelde hiphop clip van MTV. Hall scoort op dit punt. Veel films in deze stijl willen te graag het stoere imago wat het genre met zich meebrengt uitstralen en komen al snel geforceerd over. Daar heeft
Waist Deep geen last van. Als publiek slik je de situaties en de imago’s van de personages. De film slaat echter door in dit doel. Het camerawerk is zodoende ronduit irritant te noemen. De impressie wordt gewekt alsof de cameraman de ziekte van Parkinson heeft waardoor het aantal shots waarin de camera stilstaat bijna op de vingers van één hand te tellen is. Natuurlijk is dit heel erg smaakgebonden en voor sommigen zal dit bijdrage leveren aan het stoere, snelle imago van de film, maar als hierdoor situaties onoverzichtelijk worden en je daardoor als kijker geen idee hebt wie er nu wordt doodgeschoten dan doet dit afbreuk aan de film. Nog een voorbeeld hiervan is de afschuwelijke montage. De veel te snelle afwisseling in beelden doet op dezelfde negatieve wijze af aan de film. Daar komen ook nog eens de technisch niet-kloppende overgangen tussen niet-matchende beelden bij en je hebt een bron van ergernis die je de hele film blijft achtervolgen.
Hip Hop
Zoals de film een duidelijke voorkeur geeft voor de hiphopcultuur zo geeft de soundtrack dit voor de hiphopmuziek. Niets is zo smaakgebonden als muziek, waardoor het gebruik van muziek in films bijna altijd moeilijk is. De film begaat echter een fout door zoveel mogelijk momenten op te vullen met vaak nogal harde en eentonige nummers. Een score van bijvoorbeeld John Williams is minder extreem en opvallender dan deze hiphop van Terence Blanchard. Deze manier van een film illustreren, heeft als effect dat een grote groep mensen zich sneller afgestoten voelt door de film.
DVD Bespreking
De single-disc editie van
Waist Deep is een nette release. De film die in 16:9 op het schijfje staat, is in perfecte kwaliteit te bewonderen. Tevens geeft de DVD de mogelijkheid de audio in drie verschillende talen te kiezen, allen met 5.1 geluid. Naast wat ondertiteling en een menu met de optie om losse scènes te selecteren, zitten er geen extra’s op.
Waist Deep heeft een behoorlijk duidelijke voorkeur voor de hiphop-cultuur en wil erg graag een hippe, vlotte maar vooral stoere actiefilm zijn. Het resultaat is echter een flinterdun verhaal met een visuele stijl met veel gebreken om je kapot aan te ergeren. De titel van de film verwijst meteen naar de kwaliteit; een diepe verspilling.
Als kijker accepteer je de imago's en personages
De montage en het camerawerk zijn een bron van ergernis