Na het letterlijk afgeslachte Boxing Helena (1993), die vader David overigens wel goed beviel, is Surveillance de lang verwachte comeback van Jennifer Chambers Lynch. Het was te verwachten dat de schrijfster van The Secret Diary of Laura Palmer van haar volgende film een degelijk verhaal zou proberen te maken.
Drie keer drie = voorspelbaar plot
Het script van Surveillance is net een formule. In een controlekamer worden op drie schermen drie getuigen in drie geïmproviseerde verhoorkamers door één van de FBI agenten nauw geobserveerd. Alle ondervraagden houden echter iets achter.
Zo heeft de drugsverslaafde Bobi Prescot het over een zo 'clean' mogelijk verleden, vertelt de schietgrage agent Jack Bennett niets over zijn 'good cop, bad cop' spelletjes en observeert de achtjarige Stephanie zwijgzaam de handelingen van de FBI agenten. Tegelijkertijd ziet het publiek door middel van flashbacks wél alles. Hoewel dit een leuk contrast creëert, beschikt de kijker over een overkoepelend overzicht en wordt een dramatische opbouw ondermijnd. De goed doordachte formule van Lynch zorgt in Surveillance dus voor een voorspelbaar plot. Alhoewel sfeervol en mooi gefotografeerd, heeft de nadrukkelijke symboliek van de film grotendeels hetzelfde effect. De FBI agenten lijken net iets te vermoeid, er ligt een dode vogel op een geasfalteerde weg en de muziek is droomachtig donker. Ook de kleuring van de beelden is erg betekenisvol. Terwijl de huidige tijd wat koeler is, zijn de ervaringen van de junk onrealistisch fel, de getuigenissen van Stephanie blauwig en zit het wild-west verleden van de getraumatiseerde agent tegen de sepia tinten aan. De beelden in deze thriller doen dan ook vaak denken aan het vroegere werk van David Lynch, in de sferen van het magisch realisme. Maar het gevaar van een film met aan het begin een beeld van een grauw politiebureau met dichtgemetselde ramen, twee oude stoelen op een veranda en een wapperende Amerikaanse vlag, is dat het al net iets te veel waarschuwt.







