Benjamin is de naam
Daisy heeft niet lang meer te leven. Haar laatste uren brengt ze door met haar dochter, die voorleest uit het dagboek van een zekere Benjamin Button. Deze Benjamin wordt in 1918 geboren met het lichaam van een oude man. De bevalling is Ma Button teveel en Pa Button, verscheurd door verdriet en afgrijzen, besluit om het mormel te vondeling te leggen. Benjamin komt terecht in het bejaardentehuis van Queenie en Tizzy, waar hij zich logischerwijs direct op zijn gemak voelt. Als later blijkt dat Benjamin’s lichaam niet ouder maar jonger wordt,
lijkt een curieus leven voor hem in het verschiet te liggen. Dit leven is een aaneenschakeling van botsingen met andere levens, die elk hun sporen nalaten. Want Benjamin (een veelzeggende naam in Bijbeltermen) mag dan lichamelijk jonger worden, zoals ieder ander is hij bij geboorte een blanco vel dat gaandeweg wordt ingekleurd. Benjamin’s identiteit wordt gevormd door ontmoetingen met mensen, door hun inzichten en door voor- en tegenspoed.
Carpe diem!
Dat uit zich in de manier waarop het verhaal wordt verteld. The Curious Case of Benjamin Button heeft een behoorlijk "en toen"-gehalte. We leren Benjamin kennen via de ervaringen waarvan hij dacht dat ze opgeschreven moesten worden. Ervaringen die hem hebben gemaakt zoals hij is geworden. Door de unieke situatie waar Benjamin zich in bevindt, gaat een schatkist aan komische mogelijkheden open die flink wordt geplunderd. Zo zien we hoe een rimpelige Benjamin rond zijn twaalfde levensjaar de pubertijd inrolt wanneer zijn 'jongeheer' begint te groeien, en hoe hij later een hoertje (die dacht snel klaar te zijn met zo’n oude geilneef) na uren uitgeput achterlaat. Zo zien we nog veel meer, maar – hoewel elke keer wel weer komisch – valt de film na verloop van tijd wel in herhaling.Gelukkig brengt de liefde, zoals zo vaak, wat leven in de brouwerij. Want wat voor implicaties kleven er aan een relatie tussen een vrouw die ouder wordt, en een man die jonger wordt? Uiteindelijk blijkt de film op dat gebied toch een echt sprookje te zijn, met als moraal: carpe diem! Of je nu ouder of jonger wordt, je leeft maar één keer. Niet in het verleden, niet in de toekomst, maar in het heden. En in die tijd zul je zo gelukkig mogelijk moeten zijn.
Fincher groeit op
Klinkt allemaal erg gelikt. En dat is het ook. Fincher is volwassen geworden. Zijn cynische kwajongensstreken uit Se7en en vooral Fight Club zijn ver te zoeken. Dat is ergens wel jammer, want het zijn geweldige films, maar aan de andere kant is een optimistische Fincher ook wel eens verfrissend.Wat we wél van Fincher gewend zijn, is zijn minutieuze oog voor detail en zijn ongelimiteerde perfectionisme op technisch vlak. The Curious Case of Benjamin Button is net zo’n plaatje als Zodiac, met verdienstelijke cinematografie en puike art direction. Dat is vooral te merken aan de keren dat Daisy’s dochter even ophoudt met lezen. Op die momenten worden we ruw uit de roes van het verhaal van Benjamin gerukt en in een steriel ziekenhuis geduwd. Scripttechnisch werkt dit telkens wat ontnuchterend, maar het feit dat we na vijf minuten gewoon weer verder gaan waar we gebleven waren, geeft aan hoe begaafd Fincher is in het creëren van uitnodigende werelden die tot de verbeelding spreken.
Pitt en Blanchett leveren prima werk af en ook de supporting cast doet het prima. Pitt spot maar weer eens met zijn uiterlijk, wat trouwens verbazingwekkend goed evolueert door de tijd heen. Langzaam trekken de rimpels weg en krijgt Pitt weer de beschikking over zijn blonde lokken. Blanchett bewandelt de omgekeerde weg: van wulpse balletdanseres naar een met kraaienpoten overwoekerd besje. Ze ontmoeten elkaar ergens in het midden en genieten met volle teugen van dat moment. En zo hoort het.





