The beast!
Twintig jaar later staat The Ram (Mickey Rourke) af en toe in een kleine ring nog wel zijn mannetje, maar erbuiten is de leeuw getemd. Haal een wild dier uit zijn vertrouwde omgeving en er blijft weinig over. The Ram loopt rond in rafelige jeans en een versleten bodywarmer. Zijn haar zit in een knotje, niet langer zijn gehoorapparaat verhullend. "I’m an old broken down piece of meat", stamelt hij met bibberende stem tegen zijn van hem vervreemde dochter (Evan Rachel Wood).
De jaren beginnen te tellen. Lang geleden liet The Ram voor tienduizenden uitzinnige fans zijn kunsten zien. Nu wordt hij door een hartaanval gedwongen zijn geld te verdienen met het uitdelen van handtekeningen en het opscheppen van gerookte ham. Ingehaald door de moderne beschaving, die het beste wordt gepersonifieerd door een pesterig, zelfingenomen filiaalmanagertje. Familie is in geen velden of wegen te bekennen, dus wordt troost gezocht bij de verlepte stripper Cassidy (Marisa Tomei) wiens lichaam ook begint te protesteren tegen het werk dat ze doet. Erg veel schiet het niet op. Cassidy heeft het al moeilijk genoeg om privé en werk gescheiden te houden. Contact met een verlopen worstelaar kan wel even wachten.The beauty?
Wat een beslommeringen allemaal. Regisseur Aronofsky heeft net als in zijn vorige films weinig mededogen met zijn personages. Toch is The Wrestler voor liefhebbers van Aronofsky’s vorige werk even schrikken. De trukendoos die hij bij audiovisuele pareltjes als Pi, Requiem for a Dream en The Fountain opentrok, blijft bij The Wrestler namelijk potdicht. Dit keer wilde Aronofsky het verhaal en zijn cast laten spreken. Zonder opsmuk registreert hij het doen en laten van The Ram, en de moderne omgeving die hem langzaam te veel wordt.Deze rauwe, documentaireachtige stijl werkt. De tragiek is voelbaar, de worstelscènes pijnlijk realistisch. Toch blijft altijd het besef aanwezig dat Aronofsky op audiovisueel vlak zoveel potentie heeft en dat er daarom ergens iets mist in de film. Misschien moet The Wrestler daarom maar niet worden gezien als film van Aronofsky, maar als film van Mickey Rourke. Als film van een acteur, maar ook óver een acteur, want Rourke speelt eigenlijk gewoon zichzelf. Iets wat volgens velen nog moeilijker is dan het spelen van iemand anders.
The beauty in the beast
The Ram ondergaat veel vernederingen, krijgt nogal wat lichamelijke en emotionele schade te verduren. Keer op keer wordt Rourke daardoor met zijn neus op de feiten gedrukt. Zelf was hij pakweg twintig jaar geleden ook een gevierd acteur. Maar zijn carrière nam een duikvlucht en ook uit privésferen kwamen verontrustende berichten. Rourke besloot te gaan boksen, maar scheen zijn werk steeds vaker mee naar huis te nemen. Ook The Ram moet zich op dat front duidelijk inhouden. Bijvoorbeeld wanneer hij door één of ander oud besje drie keer heen en weer wordt gestuurd omdat er net te veel of te weinig Duitse aardappelsalade in het plastic bakje zit. Voor Rourke moet het opnemen van deze scène een ware martelgang zijn geweest.Desondanks, of misschien juist daardoor, slaagt de spierbundel met vlag en wimpel. Rourke’s schouders zijn breed genoeg om zowel de last van zijn eigen verleden als een gehele film te dragen zonder daarbij een (spreekwoordelijke) spier te vertrekken. Aronofsky laat hem lekker zijn ding doen en door de sobere look van de film komt hij volkomen geloofwaardig en naturel over. Terechte Globe, terechte BAFTA en ook een Oscar zou niet ongepast zijn.
Rourke heeft zichzelf met The Wrestler heruitgevonden. Achter het imposante, maar vergankelijke lichaam gaat onontgonnen talent schuil. Het is te hopen dat hij zich voortaan met dit talent blijft bewijzen, in plaats van met zijn spiermassa zoals voorheen. Uit de film kan hij in ieder geval lering trekken. Want voor The Ram zit er niets anders op dan met gevaar voor eigen leven de ring weer te betreden. Zijn hart is zowel lichamelijk als geestelijk gebroken. Alleen in de ring voelt hij zich op zijn gemak. Begeleid door Guns ’n Roses’ "Sweet Child of Mine", maar verder volkomen dochterloos, keert hij huiswaarts. Terug naar zijn koninkrijk, waar hij spoedig sterven zal. Dat Rourke het maar niet zover laat komen.






