Voortzetting van een trend
Onlangs testten Hans Zimmer en James Newton Howard het relativeringsvermogen van filmmuziekfanaten flink uit door Batman Begins en The Dark Knight slechts minimaal te voorzien van ondersteunende superheldenthema’s. Waar John Williams ooit grootse, heroïsche thema’s schreef voor Superman, braken deze heren met de lang in stand gehouden traditie omdat dergelijke melodische grandeur niet bij hun versie van de oerheld zou passen.
Hun aanpak bleek een revolutionaire, want ook Tyler Bates durft het nu aan om de verfilming van über-comicbook Watchmen te vrijwaren van enige thematiek. Alsnog een gewaagde keuze, want hoewel een Zimmer genoeg status heeft opgebouwd om met zo’n aanpak weg te komen, is Bates nog altijd een groentje. En gezien hij nog nooit een memorabel thema heeft weten te schrijven (voor de belangrijkste noten uit 300 werd hij aangeklaagd door Elliot Goldenthal), rijst de vraag al snel: kan hij eigenlijk wel overweg met melodie?Maar laten we deze discussie snel verlaten en ons beperken tot de constatering dat Watchmen zich slechts sporadisch en, wanneer wel: op zeer beperkt niveau, inlaat met melodische muziek (het koperwerk van opening Rescue Mission lijkt zich te ontwikkelen tot iets van een thema, The Last Laugh is daar de dramatische tegenhanger van op strijkers). Dat is helemaal niet erg; al sinds de entrée van de Avant-Garde muziekstroming wordt er prachtige melodieloze muziek geschreven. Het gaat allemaal om de klank.
Daar schiet Bates echter tekort; waar Watchmen barst van de potentie, met postmoderne filmnoir-invloeden die ieder ander componist zou aanvaarden als een schat aan klankinspiratie, blijft Bates steken op het luidruchtig raggen met orkest, koor, synthesizer en een elektrische gitaar waar zelfs Eric Clapton niet meer mee aan durft te komen. En nee, het simpelweg inzetten van een groots koor of orkest staat nog altijd níet gelijk aan spectaculaire muziek, je moet er ook iets mee dóen.
Opeenvolging van lege klanken
Zo af en toe doet hij dat ook wel (Edward Blake: The Comedian getuigt van perfect elektronica-gebruik dat zelfs kortstondig doet denken aan Vangelis), maar over het algemeen lijkt de score zich volledig ondergeschikt te gedragen aan de songs. Regisseur Zack Snyder besloot duidelijk om zijn film te laten dragen door de jaren ’60 songs (Bob Dylan; Janis Joplin) en kwalitatieve bronmuziek (Mozarts Requiem, Philip Glass' Pruit Igoe & Prophecies) en vroeg zijn componist vervolgens om louter de gaten op te vullen met een geluid dat daar op aan zou slaan. Maar dan wel een duur geluid van 87 muzikanten en een groots koor.Op CD betekent dit dat de score-presentatie zich beperkt tot ‘actie-lawaai’ (Prison Fight), ‘dramatische strijkers’ (Don't Get All Misty Eyed), ‘groots koor’ (Silk Spectre) en ‘sfeervol elektronica’ (Tonight The Comedian Died; I'll Tell You About Rorschach), zonder ook maar iets op bevredigende wijze uit te werken. En daarbij lijkt Bates te vergeten dat de heren Zimmer en Howard hun gebrek aan thema's compenseerden met niet alleen experimentele klanken voor The Joker, maar ook met ostinato's en specifieke sfeerschepping en de film zo toch een eigen klank meegaven. Bates komt zelf niet verder dan een hoog volume.
Dat alles wel dik wordt aangezet, zal ongetwijfeld voldoende zijn om fans van de film te bevredigen. Tylers grootste fout is hem dan ook lastig aan te rekenen; hij stemt zijn product af op het publiek, in plaats van het bronmateriaal. Met die aanpak weet je zeker dat je niet buiten de toon valt, je zult alleen ook nooit tot iets nieuws komen. En wanneer je werkt voor klassiek literair bronmateriaal dat wel de grenzen van vernieuwing wist op te zoeken, is dat op zijn minst een klein schandaal te noemen.





01. Rescue Mission (0:30)
