Integere complexiteit
In wezen stond Argentijn Gustavo Santaolalla voor dezelfde uitdaging toen hij in 2004 door regisseur Walter Salles werd verkozen tot componist voor zijn Diarios de Motocicleta, over de vriendentrip van Che en vriend Alberto Granado door Zuid Amerika. Maar toch was dit eenvoudiger; Guevara was toen nog jong, onbezonnen en vol toekomstidealen, ver voordat de koelbloedige liquidaties een onderdeel zouden vormen van zijn idealistische streven.
Guevara is tot op de dag van vandaag, ruim 40 jaar na zijn dood, nog altijd een figuur dat tweedracht zaait tussen aanbidders en haters. Het grootschalige epos van Steven Soderbergh, waarin gedurende twee films de opkomst en teloorgang van de Argentijnse ‘vrijheidsstrijder’ wordt geportretteert, omvat zijn verdere levensloop inclusief oorlogsmisdaden en bewandelt daarbij die dunne lijn tussen verering van en kritische kanttekening bij de daden van dit icoon. Doorslaan in heroïsme of verdoemenis zou al snel controverse oproepen.Het is dan ook logisch dat de films van Soderbergh een stuk minder empathisch tegenover hun hoofdpersoon staan, in tegenstelling tot het aureool van goeddoenerij dat Walter Salles aan Che meegaf. Met als gevolg dat ook de score van Alberto Iglesias aanzienlijk verschilt in opzet van die van Santaolalla. Waar Gustavo de man aan het begin van Diarios nog een opzwepend feelgood gitaarthema meegaf en afsloot met een meeslepende melodie, pakt Alberto nergens zo groot uit. Zijn score is integer, complex en, uiteindelijk, dramatisch, maar met een wrange twist.
Atonaal
Die twist wordt gebracht door atonale elektronica die als basis gelden voor de score. Naarmate Guevara zijn einde nadert, spelen zijn interne en externe kwelgeesten een steeds grotere muzikale rol, weergegeven door een hoge zingende pieptoon die opduikt op juist de momenten die zo dramatisch en tonaal leken. Daarmee kruipt Iglesias in het hoofd van Che en negeert de omvang van het epische project; groots orkest zul je hier nergens tegenkomen, hooguit een kakofonie van ouderwetse percussie, dwarsfluit, xylofoon- en pianogerommel waarmee een jungle-sfeer wordt oproepen die doet denken aan Jerry Goldsmiths experimentele Planet of the Apes uit 1968, zij het op een wat kleinere schaal.Samen met een tweetal thema's (één op akoestische gitaar voor Che en een additioneel thema dat vrijwel volledig op halve noten wordt gespeeld) bepalen deze ouderwetse sfeertrucs het muzikale landschap van de films. Beklemmend? Jazeker. Bevredigend? Pas na een aantal luisterbeurten. Het is immers geen muziek die gemakkelijk in het gehoor ligt. En dat slaat perfect aan op de weg die de regisseur bewandeld: Soderbergh koos voor een haast documentaire-achtige, onderhuidse toon, en die heeft Iglesias perfect weten te treffen.





03. Sierra Maestra (0:31)
