Cool en zomers
Natuurlijk is Duplicity zelf al een film die volledig is ingericht op een Julia Roberts / George Clooney reünie; het paar kon immers in Ocean’s 11 al zo lekker verbaal duelleren, en ook dit script staat hier weer vol mee. Clooney kon het geheel echter niet in zijn drukke rooster passen, waardoor Clive, net zo’n coole dude, zijn taken overneemt. Maar, geen nood; dat gebrek aan een Danny Ocean kan op meerdere manieren worden opgevuld.
Openingstrack War doet dan ook al meteen geheel des Ocean’s aan, wat lijkt te willen zeggen dat regisseur Tony Gilroy zijn componist vroeg om een soort David Holmes-achtige score af te leveren. Met drum ’n bass, een lekkere bass-line en extra toegevoegde waarde van gitaar zet Howard meteen de sfeer, waar hij vervolgens op voortbouwt met hippe (!) viool, elektrische gitaar en uiteindelijk zelfs flink wat trompetgeschal. Ja, in tegenstelling tot David Holmes laat James Newton Howard zich níet zo snel beperken tot elektronica.Zie Duplicity dan ook als een soort big budget versie van Holmes’ elektrojazz geluid, flink verrijkt met Argentijnse tango-invloeden (Following Claire) en zware strijkers voor extra gewicht (The Formula). Danny Ocean goes Jason Bourne, met een vleugje Mr. en Mevr. Smith, zou je kunnen zeggen, waardoor je al snel kunt concluderen dat zo’n gebrekkig Holmes budget toch minstens meer focus geeft. Want, toegegeven, af en toe vliegt de muzikale toon alle kanten uit.
Energiek
Gaandeweg introduceert Howard ook een rustigere kant; in Split to Rome horen we voor het eerst de beginselen van een rustig pianothema. Op de akoestische gitaar horen we in Rome Hotel voor het eerst echt het emotionele hart van de score, en het is prachtig. Doordat deze Spaanse klank dicht naast de meer enerverende Argentijnse invloeden van de actie staat, weet Howard toch nog een bepaalde consistentie te creëren, waardoor de chaos een basis krijgt.Met name in de laatste akte zullen deze thema’s verder worden uitgewerkt (het inmiddels meer springerige pianothema in A Cream or a Lotion, de akoestische gitaar in het gevoeligere Airport Love), maar tot die tijd gunt Howard zich veel korte tracks om allerlei muzikale ideeën op de luisteraar af te vuren. Dit varieert van monotone percussie en elektronica (Back to the Unit), tot Cubaanse piano en trompet (Split to Miami) of harmonica (Miami Hotel) tot de meer enerverende strijkers, waar af en toe het hoofdthema uit de opening mee herhaald wordt (The Frame Up).
Het telt allemaal op tot een energiek geheel, waarin Howard de fragmentarische stijl van David Holmes, waarin elke track op zichzelf staat, combineert met zijn eigen, meer organische klassiek-thematische aanpak. Voor James Newton Howard zijn deze kleurrijke klanken een welkome afwisseling, zo na het duistere The Dark Knight en het zwaar dramatische I Am Legend. Zoals gezegd zorgt het ook voor een wat al te gevarieerde luisterervaring, maar ach, laten we daar maar niet te zwaar aan tillen.






01. War (0:30)


