Er zijn door de jaren heen, met wisselend succes, vele technieken ontwikkeld voor het omzetten van verschillende beeldformaten naar 4:3. Men heeft echter al in een vroeg stadium ontdekt, net zoals de filmindustrie, dat een breder beeld natuurlijker aandoet. Al jaren spreekt men over het 16:9 formaat en nu is de tijd eindelijk aangebroken dat men de omschakeling gaat maken. Nu reeds wordt een groot gedeelte van onze programma's in het 16:9 beeldformaat gepresenteerd.
Beeldverhouding
Er zijn in tegenstelling tot wat vele mensen denken, diverse beeldformaten. Vele van deze beeldformaten, worden in de filmindustrie toegepast. In de TV wereld zijn er nu twee van toepassing: 16:9 en 4:3. Eigenlijk is dit een cijfermatige beschrijving van de vorm van een rechthoek. Stelt u zich eens voor dat u een rechthoek zou tekenen 4cm breed en 3cm hoog, dan heeft u een verhouding gecreëerd van 4:3. U zult begrijpen dat een beeldformaat van 4cm breed en 3cm hoog niet acceptabel is.Echter, een verhouding geeft ons de mogelijkheid een veelvoud te nemen van de breedte en de hoogte zonder de verhouding te veranderen. We kunnen dus zeggen dat een beeld van 40cm breed en 30 cm hoog nog altijd een verhouding kent van 4:3. Het bewijs is makkelijk te leveren, delen we de breedte door de hoogte dan verkrijgen we hetzelfde resultaat: 4/3= 1.33 en 40/30= 1.33. Het cijfer 1,33 geeft dus aan dat de breedte 1,33 keer groter is dan de hoogte (1,33:1). In de filmindustrie stelt men vaak de hoogte op 1 waardoor de breedte alleen varieert. Hierdoor laat men vaak het cijfer 1 weg:
4:3 - 1,33:1 - 1,33
16:9 - 1,77:1 - 1,77
Zoals reeds gezegd zijn er diverse beeldformaten die gehanteerd worden, echter de meest voorkomende zijn: 1,33:1 Dit is tevens het oudste formaat en wordt nog altijd voor televisies gehanteerd. 1,77:1 Dit is de toekomstige norm. In de nabije toekomst zullen alle TV's in dit formaat gemaakt worden. 1,85:1 Dit formaat wordt alleen in bioscopen toegepast. Bij dit formaat houdt men wel duidelijk rekening met de latere weergave op televisies, dit verschilt immers niet veel van het 16:9 beeldformaat. 2,35:1 Dit cinemascope formaat wordt veelal toegepast in 'high budget' bioscoopfilms.Het probleem doet zich nu voor dat het omzetten van bioscoopfilms moeilijk of onmogelijk is om te zetten naar een normaal televisie beeld van 4:3. In dit opzicht is het omschakelen van een 4:3 beeldformaat naar 16:9 beeldformaat een logische stap, men kan immers meer beeldinformatie verwerken. Uit het voorgaand voorbeeld blijkt hoeveel beeldinformatie verloren gaat in het omzetten naar een 4:3 beeldformaat. Er zijn verschillende technieken ontworpen om deze problematiek enigszins op te vangen. Het meest bekende is Pan & Scan. Hierbij wordt de camera (4:3) over het grote beeld bewogen, daar waar de actie gaande is. De resultaten zijn redelijk te noemen.
Uit artistiek oogpunt kiest men er toch vaak voor het volledige beeld weer te geven. Bij een 4:3 televisie heeft dit tot gevolg dat men zwarte balken boven en beneden het beeld te zien krijgt (letterbox). Hoe breder de film is opgenomen hoe groter de zwarte balken beneden en boven de film zullen zijn op TV. In tegenstelling tot wat velen denken zal een 16:9 TV zal hetzelfde euvel kennen echter in veel mindere mate. Het verlies van beeldinformatie bij 16:9 is beduidend minder en veel films zullen enigszins aangepast worden aan dit formaat waardoor we de zwarte balken minder vaak zullen zien bij 16:9 uitzendingen. 16:9 geeft dus meer beeld weer hetgeen natuurgetrouw overkomt.
Doel is dus een beeld te verkrijgen met een 16:9 beeldformaat. Vele mensen hebben echter nog altijd een 4:3 televisie dus moet de uitzending hiervoor ook geschikt zijn. Men is dus gebonden aan de 4:3 televisie uitzendnorm (PAL). Met alleen een overgang van 4:3 naar 16:9 was men echter nog niet tevreden. Als men toch de overstap ging wagen zou men graag ook een beeldkwaliteitverbetering willen realiseren, om zo de consument te stimuleren over te stappen naar de nieuwe norm.
Realisatie van de nieuwe norm
Om duidelijk te maken wat men doet om een 16:9 beeldformaat te creëren met 4:3 norm, kijken we eerst naar een 4:3 beeldplaatje. Belangrijk is dat we van dezelfde beeldhoogte uitgaan zoals uit de eerdere plaatjes blijkt. Er is een 4:3 beeldformaat met een cirkel afgebeeld. Dit is te zien op uw huidige 4:3 TV. Hetzelfde beeld hebben wij in een 16:9 beeldformaat geperst met als gevolg dat het vervormd is. Mensen met deze mogelijkheid (16:9 stand op de TV) doen dit wel eens en nemen de vervorming op de koop toe, maar mooi is het niet.Als we dus een 4:3 beeldplaatje in een 16:9 beeldformaat forceren dan krijgen we een vervormd plaatje (balletje wordt ovaal). Dit komt dus niet overeen met het oorspronkelijk plaatje (opname van de camera) en is dus niet toereikend. Dit probleem kunnen we vrij simpel oplossen door het 4:3 plaatje elektronisch aan te passen aan een 16:9 beeldformaat. We vervormen dan het 4:3 plaatje dusdanig dat wanneer we het 4:3 plaatje tot 16:9 drukken (squeezen) het plaatje weer zijn oorspronkelijke vorm krijgt maar dan vergroot. Het 4:3 beeldplaatje wordt in oost-west richting samengeperst. Het elektronisch in oost-west richting samengeperste beeldplaatje wordt nu 'gesqueezed' (noord-zuid) en krijgt zijn oorspronkelijke vorm terug.
Squeezen
Leuke bijkomstigheid van anamorphic video is dat we hiermee tevens een beeldkwaliteitverhoging hebben verkregen. Om dit duidelijk te maken moeten we een paar simpele technische aspecten voorleggen betreffende televisiebeelden:- Een televisiebeeld (plaatje) wordt 'geschreven'
- Een televisieplaatje bestaat dus uit lijnen: beeldlijnen
- Onze uitzendnorm (PAL) schrijft een plaatje met 625 beeldlijnen
Het spreekt voor zich dat hoe meer beeldlijnen men toepast om een beeld te 'schrijven', hoe scherper het beeld zal zijn. In de toekomstige HDTV norm zullen dan 1250 beeldlijnen geschreven worden. Zoals wij inmiddels weten is het HDTV verhaal even in de koelkast gezet en heeft men voor een tussenstap gekozen. Bij die tussenstap speelt het 'squeezen', hetgeen samendrukken in het engels betekent, een belangrijke rol. Als we naar ons 4:3 televisiebeeld kijken zoals dat hier is weergegeven, dan zien we een cinemascope beeldformaat. Zoals blijkt geven beeldlijnen 1 tot en met 95 en 530 tot en met 625 alleen zwarte beeld informatie door terwijl het beeld maar bestaat uit 435 beeldlijnen. Dit is 'weggegooide' beeldinformatie die gebruikt zou kunnen worden om de resolutie (beeldkwaliteit, aantal beeldlijnen) te verhogen.
Als we dus naar een 16:9 beeldplaatje kijken op een 4:3 scherm, dan hebben we maar een resolutie van +/- 435 beeldlijnen, immers het beeld waar we naar kijken is opgebouwd uit 435 beeldlijnen. De andere beeldlijnen worden in het zwarte vlak (letterbox) boven en beneden het vlak 'geschreven'. Anders is het bij een anamorphic beeldplaatje:
- Eerst wordt het beeld zijdelings samengeperst (oost-west) eivormig zoals reeds eerder uiteengezet
- Het beeld wordt dan 'gesqueezed' tot een hoge resolutie beeldformaat die overeenkomt met die van de bioscoop
Met het 16:9 verhaal hierboven wordt ook benadrukt dat 16:9 gepaard dient te gaan met een beeldkwaliteitsverbetering vanwege de toegepaste 'anamorphic/squeeze' technieken. Zoals aangegeven is 16:9 alleen een beeldformaat. Volgens deze definitie kan een 4:3 televisie ook 16:9 aan echter zonder kwaliteitsverbetering zoals DVD en Pal Plus die bieden. Met de term 16:9 bedoelt men niet alleen een beeldformaat maar ook beeldkwaliteitsverbetering.



