Niet pluis
De Chileense regisseur Rauol Ruiz is een druk baasje. Waar sommige mensen jaren over doen om een film van de grond te krijgen, maakte hij er in het afgelopen jaar maarliefst vijf. Dit jaar is hij volgens eigen zeggen van plan om nog minstens drie af te leveren. De vraag is of we daar blij mee moeten zijn. Voor het Rotterdam filmfestival bracht hij zijn surrealistisch getinte Nucingen Hause mee, dat verhaalt over William Henry James III die tijdens het gokken een huis wint in Chili. Samen met zijn vrouw reist hij af naar het Chileense platteland en worden ze door de bediening ontvangen met argwaan en geheimzinnigheid. Na verloop van tijd komen ze er achter dat er iets niet helemaal pluis is in het huis.
De 67-jarige Ruiz noemt z'n eigen film een postmodernistische film beïnvloed door de moderne pop-art en door het Hollywood horror werk van Jacques Tourneur uit de jaren dertig en veertig (denk aan Cat People). Dat betekent: klokken die stilstaan, krakende deuren die zomaar dichtslaan en vrouwelijke vampiers die in een schemerwereld lijken vast te zitten. Helaas wordt het interessante thema volledig om zeep geholpen door het lelijke digitale camerawerk en het knullige acteerwerk. De enige die zich nog een beetje lijkt te redden in dit rommelwerkje, is acteur Jean-Marc Barr, die we ook kennen uit de film Calvaire. Het is geen wonder dat de kijker na de film niet snel genoeg weg kan komen, waardoor de regisseur toch een beetje sneu achterblijft in een slecht gevulde zaal voor een vraag-en-antwoord sessie.Bastardos
Van een geheel andere orde is de tweede film van Amat Escalante, die eerder het schokkende seriemoordenaars drama Sangre afleverde. In een bijna meditatieve opbouw richt hij in Los Bastardos zijn camera op de twee Mexicaanse broers Fausto en Jesus, die als illegale arbeiders werken in de omgeving van Los Angeles. Elke ochtend staan ze langs de kant van de weg in de hoop opgepikt te worden door een "dikke en luie Amerikaan in een grote auto", die hun werk kan verschaffen. In eerste instantie lijkt Escalante zich te richten op de uitzichtloosheid van het illegale immigranten bestaan en laat hij zien hoe de twee broers te maken krijgen met onbetrouwbare werkgevers en racistische vooroordelen in de Verenigde Staten.De film lijkt op den duur tot een vriespunt te zakken, want er gebeurt maar weinig opzienbarends in Los Bastardos. De toeschouwer wordt echter bij de introductie van de film al gewaarschuwd om tot het einde te blijven zitten. Deze braafheid wordt 'bestraft' als de twee broers berooid en zonder hoop op een betere toekomst in opdracht inbreken bij een weerloze Amerikaanse vrouw. Dat resulteert in een schokkende en letterlijk knallende finale. Teveel vertellen over deze climax zou teveel verraden, maar het geeft wel aan dat het een one-gimmick film is, die teveel vertrouwt op het schok effect en voorbij gaat aan een aantal zware maatschappelijke misstanden in het hedendaags Amerika.
MAD
Regel nummer 1 is: er bestaan geen geesten. Tenminste, dat is de officiële reactie naar de buitenwereld toe. In het echt gebeuren er dingen die niet altijd verklaard kunnen worden. In Rule#1 is de verbazing van politieman Lee dan ook groot als hij, nadat hij beweert een geest te hebben gezien, overgeplaatst wordt naar de Miscellaneous Affairs Departement (MAD, snapt u hem?) die verbeten jacht maakt op geestverschijningen. Lee's nieuwe baas Wong leert hem de fijne kneepjes van het vak. Dat is ook wel nodig, want binnen de kortste keren stuiten ze op de geest van een seksueel gefrustreerde seriemoordenaar die het gemunt heeft op jonge vrouwen: "Het zijn allemaal hoeren die hun monden verkeerd gebruiken".
Regisseur Kelvin Tong (The Maid) houdt de vaart er goed in met een visueel aantrekkelijke film vol grof geweld en met een dikke knipoog. Dat hebben we de laatste jaren in de Aziatische cinema toch een beetje gemist met de overdaad aan J-horror. Daardoor voelt Rule#1 op momenten fris aan. Tong vertrouwt soms iets teveel op de geluidsband, die vol zit met creepy geluidjes en schrikeffecten, waardoor je de schokeffecten van mijlenver aan ziet komen. Rule#1 heeft echter een goed gevoel voor humor en timing en weet op sommige momenten origineel uit de hoek te komen: Het idee van een geest als virus is op momenten goed voor een lach en een schrik.Bijna de hoop opgegeven
Net wanneer we onze twijfels krijgen of het ooit wel goed gaat komen met het vrouwelijke ras, is daar The Baby Formula, een vrolijke feel-good mockumentary (lees: nepdocumentaire) over een lesbisch stel dat een kind krijgt van elkaar. Nu zult u zich afvragen hoe dit mogelijk is? Het antwoord daarop geeft de Canadese regisseuse Allison Reid zelf in een volle Pathezaal. Ze raakte geïnspireerd door een kranten artikel waarin werd beschreven hoe tijdens een wetenschappelijk experiment twee muizenvrouwtjes zwanger van elkaar werden. Door stamcellen af te nemen en dit om te zetten naar sperma, werden de muizen zwanger van elkaar. "Ik vroeg me af hoe het zou zijn als dit met echte mensen zou gebeuren."Een baby krijgen zonder dat er mannen aan te pas komen; het is een vergezocht uitgangspunt. Het levert echter wel een leuke en frisse film op die zich niet zozeer concentreert op de wetenschappelijke uiteenzetting, maar vooral op de effecten in het dagelijks leven van het jonge stel. The Baby Formula bevat een aantal hilarische scènes waarbij de twee dames hun beider familie (onder andere een zwaar christelijke moeder en een homostel) moeten uitleggen hoe het mogelijk is dat ze zwanger zijn geworden van elkaar. Het zet het stel onder druk, naast de vele ongemakken van het zwanger zijn. Het knappe is dat Reid met dit nogal onwaarschijnlijke uitgangspunt (wie zal het in de toekomst zeggen?) op momenten echt weet te ontroeren. Beide actrices waren tijdens de opnames ook echt zwanger en het is niet moeilijk te zien dat beide vrouwen dolgelukkig zijn met hun nieuwgeboren kroost, waardoor het echte leven en film weer duidelijke raakvlakken met elkaar lijken te hebben. En zo loopt het voor deze vrouwen op het IFFR toch goed af. Gelukkig maar. We hadden de hoop bijna opgegeven.



