Spoken worden verdreven door martelaars en de aangepaste Night of Terror weerhoudt velen er niet van de sfeer er ouderwets goed in te houden.
De 25e editie van het Amsterdam Fantastic Film Festival heeft een nieuwe naam, maar is nog steeds even divers en gestoord als voorheen. Sterker nog; Imagine moet beter weergeven waar het festival voor staat. Het programma is er eentje waar een hoop meer te vinden is dan 'blood ’n guts'. De rijke fantasie van de filmmaker is wat er voorop staat in dit gebeuren, waar het Tuschinski theater een verzamelpunt is geworden voor elke gore-hound en cult-freak in de wijde omgeving.
Spoken op Imagine
Imagine begint met een prima opwarmertje.
Acolytes is een film in de lijn van wat er op horrorgebied is gekomen uit Down Under, Australië. Die Australiërs hebben het niet zo op gore, zoals eerder bleek in het redelijke
Wolf Creek, maar gooien het meer op de spanningsfactor. Debuterend regisseur Jon Hewitt heeft goed gekeken naar Master of Suspense Alfred Hitchcock en komt met een sterk kat en muisspel, dat je op het puntje van je stoel houdt. Een groep studenten ontdekt een levenloos lichaam van een backpacker in een nabijgelegen bos en in plaats van de dader aan te geven, bedenken ze gebruik te maken van de situatie om wraak te nemen op een pestkop uit hun verleden. Het originele script had kracht bijgezet kunnen worden met een zorgvuldiger uitgekozen cast. Nu doet de film wat jeugdig aan, maar blijft het gevoel wel hangen dat Jon Hewitt nog weleens met iets heel moois kan komen in de toekomst.

Een goede spookfilm, daar doen we het voor op Imagine. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen voor Peter Cornwells, op ware feiten gebaseerde,
The Haunting in Connecticut. Ook hier een debuterend regisseur die misschien nog de onbevangenheid heeft van een beginnend en ambitieus filmmaker. Eentje die van zijn vak houdt en er alles aan wil doen het publiek de stuipen op het lijf te jagen. Waarom voelt
The Haunting in Connecticut dan aan als de zoveelste, niet enge spookfilm uit Hollywood? Het uitgangspunt van dit waargebeurde verhaal is een bron voor een hoop moois, waar helaas niets mee gedaan wordt. Een gezin verhuist naar een groot huis nabij de kliniek, waar hun zoon met kanker behandeld kan worden. Wat blijkt? Het huis is een oud mortuarium waar vreemde dingen plaatsvinden die alleen de zoon ziet. Is hij gek? Of is hij zo dicht bij de dood dat hij meer ziet dan de veilige wereld van de levenden?
The Haunting in Connecticut is een hopeloze verzameling clichés en jatwerk. Films als
The Sixth Sense en
The Others worden niet ongeschonden gelaten en zo zitten we weer met de zoveelste spookfilm die niets nieuws aan het genre brengt en gewoon niet eng is.
Clive Barker en martelaars
Alle hoop is nu gevestigd op
Book of Blood, de nieuwste Clive Barker-verfilming. Een naam die de doorgewinterde horrorfan deugd doet, want de man heeft een unieke visie. Nu nog een regisseur die dezelfde visie op het scherm kan toveren. Een moeilijke opgave, gezien de complexiteit van Barkers werk. Maar wonder boven wonder doet John Harrison, regisseur van vooral niemandalletjes, dat moeiteloos. Simon McNeal, een begaafd medium, trekt samen met een team onderzoekers in een groot huis, waar het volgens de geruchten zou spoken. Al snel worden er teksten geschreven op Simons huid en blijkt dat de doden nog heel veel verhalen te vertellen hebben.
Book of Blood is weer een ouderwetse Barker, helemaal in de stijl van zijn eigen klassieker
Hellraiser. Ook hier diezelfde koude Britse sfeer, een zolderkamer waar rare dingen gebeuren en een sexuele ondertoon die dit een zeer volwassen film maakt. John Harrison weet in ieder geval wél hoe een goed spookverhaal verteld dient te worden. Stijlvolle horror.

Na een hoog onzin gehalte in de vorm van het Chinese RPG-achtige magiërs-vehikel
Painted Skin, is het de beurt aan de film waar het velen om te doen is op dit festival. De film die het voor elkaar heeft gekregen een ambulance paraat te hebben tijdens een vertoning op een Spaans filmfestival, omdat tijdens een eerdere screening een bezoeker bijzonder onwel werd.
Martyrs luidt de naam van dit shockfest dat weinigen onberoerd heeft gelaten. Regisseur Pascal Laugier wil echter veel meer met zijn film vertellen dan het simpelweg voorleggen van goedkope shocks.
Martyrs ontstijgt het medium film en wordt een trip naar het spirituele onderbewustzijn. De vraag over het hiernamaals waar iedereen mee loopt wordt op een uiterst originele en zwaar symbolische manier op film gezet.
Martyrs is een beleving als zowel een beproeving voor de kijker. Sla je door het geweld heen en er wacht je een werkelijk meesterlijke film. Het is zeer onwaarschijnlijk dat deze ervaring nog geëvenaard zal worden op Imagine. Laugier is gecontracteerd om de remake van
Hellraiser te regisseren en na het zien van
Martyrs wordt het duidelijk dat hij de enige juiste keus is geweest.
SNoTverdorie!
Hét hoogtepunt voor velen is zonder twijfel de Night of Terror. Wegens organisatiestrubbelingen is het dit jaar niet mogelijk geweest het klassieke format van vier films te hanteren. Imagine heeft dit jaar de naam van de nacht omgedoopt tot Short Night of Terror (SNoT), wat inhoudt dat we het moeten doen met een double bill in drie zalen, met in elke zaal de remake van Wes Cravens
The Last House on the Left als opener. In de zaal met Toby Wilkins’ teleurstellende
Splinter als tweede film had het bezoekend publiek het geluk dat de komedianten in de zaal goed in vorm waren. De opmerkingen jegens alle 'hoeren' en 'homo’s' in de films waren vaak goed raak en de interactie werkte aanstekelijk naar de rest van het publiek toe. Wanneer in ieder geval
The Last House on the Left een meer dan waardige remake genoemd kan worden, kunnen we spreken van een geslaagde nacht. Toch prefereren we het oude format. Dus organisatie; doe jullie best voor komend jaar!